Schrif­te­lijke vragen over bodem­daling


6 maart 2018

De Partij voor de Dieren heeft samen met Water Natuurlijk, de Algemene Waterschapspartij en de categorie Natuurterreinen schriftelijke vragen gesteld over bodemdaling.

Zaterdag 6 januari j.l. stond in de Volkskrant een artikel over natte voeten. Hoogleraar Maarten Kleinhans stelde vragen over de verhoging van dijken. “We steken onze kop in het zand. De Nederlandse ondergrond zakt bijna 3 keer zo hard als de zeespiegel stijgt. Dat gaat een keer mis”.

In de PIT-startnotitie van Delfland over bodemdaling (2016) wordt een goede analyse gemaakt van het probleem van de bodemdaling, de oorzaken (in ons gebied vooral oxidatie van het veen) en de negatieve effecten ervan. In landelijk gebied komen we aan de grens van een verdere peilverlaging. We pompen onszelf de bodem in.

Bodemdaling leidt ook tot verslechtering van de waterkwaliteit, vanwege de afstroom van afbraakprodukten van veen naar het oppervlaktewater. Veenoxidatie is tevens verantwoordelijk voor CO2-uitstoot. In stedelijke gebieden verzakken gebouwen en straten.

De notitie stelt dat op de langere termijn het adagium peil volgt functie niet meer houdbaar zal zijn en dat op sommige plekken het adagium moet worden: functie volgt peil. Delfland wil ook bodemdaling als belang meenemen bij de afweging van peilbesluiten en zal terughoudend omgaan met peilverlagingen of peilaanpassingen. Andere waterschappen gaan dit ook doen, zie bijvoorbeeld de Stichtse Rijnlanden (1) of Rijnland (4). In de notitie is de conclusie dat bodemdaling een complex en daarom ook duur probleem is. Oplossingen zullen wellicht in de toekomst ingrijpend moeten zijn.

Zover is het nog niet. In de tussentijd hebben we te maken met verschillende belangen van boeren, burgers en buitenlui. Kiezen tussen landbouw of natuur is nu niet aan de orde. Kiezen voor landbouw en natuur wel. We zullen bij oplossingen moeten denken aan het combineren van verschillende belangen. Kansen zijn er voor samenwerking met andere waterschappen, gemeenten en provincie. Maar ook met boeren en natuurorganisaties. De beste oplossing is een samenhangend pakket aan maatregelen op het gebied van agrarische bedrijfsvoering (kringlooplandbouw), modern bodembeheer door natuur en landbouw en een flexibeler en kleinschaliger peilbeheer.

Op weg naar de optimale oplossing is precisiedrainage (onderwaterdrainage 3.0 ) een goede optie om bodemdaling tegen te gaan. Het is een manier om per perceel het grondwaterpeil te beïnvloeden afhankelijk van de behoefte aan vernatting of verdroging van de grond. Vernatting is, naast vertraging voor de veenafbraak, goed voor bijvoorbeeld weidevogels (de grutto’s zijn in 50 jaar met 70% gedaald). Ook de natuur in de buurt heeft baat bij hogere grondwaterstanden in droge perioden.

Er zijn onderzoeken gedaan in veengebieden met precisiedrainage ofwel drukdrains door het VIC (Veenweide Innovatie Centrum). De resultaten daarvan lijken veelbelovend (2). “Door het gebruik van onderwaterdrainage en peilgestuurde drainage kan eenvoudig het grondwaterpeil worden gevarieerd afhankelijk van de functie van het perceel. Op deze manier kan op een willekeurig bedrijf of gebied voor elk afzonderlijk perceel en op ieder moment een eigen grondwaterpeil ingesteld worden passend bij het gebruik op dat moment, waarbij bodemdaling vermeden kan worden”. De inschatting is dat hiermee de bodemdaling met 75% kan worden beperkt. Het uit handen geven van peilbeheer aan boeren stuitte aanvankelijk op weerstand bij waterschappen, die bang waren dat agrariërs te ver zouden gaan met het omlaag brengen van het peil. “Dat blijkt ongegrond. De boeren beseffen eveneens hoe bodemdaling de toekomst van hun bedrijven in gevaar brengt”.

Bodemdaling is niet alleen in het landelijk gebied een probleem, maar ook in het stedelijk gebied. In Gouda bijvoorbeeld is de stad zodanig gedaald dat in het centrum problemen dreigen voor woningbezitters. In Delft is de bodemdaling 5 mm per jaar. Problemen zijn er met bebouwing, maar ook met dijken en kunstwerken. Gemeenten en waterschappen spelen meestal een rol daarbij.

Delfland wil in 2019 een visie presenteren over de omvang van bodemdaling in het beheersgebied en de gevolgen ervan. Gegeven het bovengenoemd onderzoek lijkt de optie “precisiedrainage met drukdrains” voor Delfland een goede mogelijkheid voor verder onderzoek. De resultaten kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van een gereedschapskist met handelingsmogelijkheden (6).

Daarom stellen wij u de volgende vragen:

1. In de startnotitie van 2016 worden een aantal acties gemeld, namelijk een onderzoek naar de bodemdaling in Delfland, een rondje langs de gemeenten, de inventarisatie van bestaande onderzoeken en bestaande instrumenten, alle gepland in 2016 en 2017. Wat zijn de resultaten van deze acties en uit welk(e) programma(s) wordt dit onderzoek gefinancierd?

Antwoord: In de afgelopen 2 jaar heeft Delfland onderzocht wat de oorzaken en de mogelijke gevolgen van bodemdaling in het gebied kunnen zijn. Deze informatie is gebruikt bij het uitvoeren van een issue- en stakeholderanalyse uitgevoerd samen met een afvaardiging van de VV. Deze heeft veel inzicht gegeven in de belangen van Delfland en die van derden. Gesprekken met belanghebbenden (gemeenten, provincie en natuurmonumenten) hebben dit beeld bevestigd. Voor Delfland geldt dat het belang bij bodemdalinggerelateerde zaken relatief klein is. Gemeenten, huiseigenaren en agrariërs hebben bijvoorbeeld een groter belang. Een en ander wordt geïllustreerd door het rapport van het PBL (Dalende bodems, stijgende kosten uit 2016). De totale kosten van bodemdaling tot 2050 worden geraamd op €20 miljard, terwijl de kosten voor het waterbeheer worden geraamd op €200 miljoen. Daarnaast is onderzocht welke ‘knoppen’ Delfland heeft om aan te draaien om (de gevolgen van) bodemdaling te verkleinen. Met deze knoppen worden wel de belangen van derden beïnvloed. De resultaten van deze stappen zijn in mei 2017 gepresenteerd in de informatieve VV. 22 mei a.s. zal in de informatieve VV een update worden gegeven. De gemeente Midden-Delfland en Delfland hebben samen een onderzoek laten uitvoeren door Deltares naar bodemdaling in Midden-Delfland. Hieruit blijkt dat er in de meeste polders van Midden-Delfland weinig veen aanwezig is. In een viertal polders ligt nog een veenpakket met een dikte van maximaal 2 meter. De onderzoeken rond bodemdaling worden gefinancierd uit programma C Watersystemen.

2. Is Delfland bekend met de (voorlopige) uitkomsten van de studies van het VIC?

Antwoord: Delfland is bekend met de voorlopige uitkomsten van de studies van het VIC. Ook het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden doet een pilot, die loopt van 2017 tot 2021. Uit de eerste resultaten blijkt dat met onderwaterdrainage een stabielere grondwaterstand kan worden gehandhaafd. In theorie leidt dat tot minder bodemdaling, maar het effect op bodemdaling is lastig te kwantificeren. Bodemdaling is een langzaam proces, waardoor het na deze korte looptijd van de pilot nog niet is te zeggen wat het effect op bodemdaling is.

3. Is Delfland bereid pilots te starten naar de toepasbaarheid en het effect van precisiedrainage met drukdrains in zowel het stedelijk als het landelijk (agrarisch) gebied en de resultaten daarvan mee te nemen in de Visie Bodemdaling?

Zo nee, waarom niet?

Antwoord: In zowel het landelijk en het stedelijk gebied zal samen met de betrokken partijen onderzocht worden welke handelingsperspectieven en passende maatregelen er zijn om bodemdaling tegen te gaan. (Precisie)drainage is een van de oplossingen die wordt meegenomen. Op dit moment zal echter geen pilot worden gestart. Agrariërs zijn vrij zelf onderwaterdrainage aan te leggen. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden doet een grote pilot met onderwaterdrainage in hun

veenweidegebied. Deze pilot is in 2017 van start gegaan en loopt tot 2021. Delfland volgt deze resultaten.

4. Indien wel, welke onderzoeken gaat Delfland dan uitvoeren?

Antwoord: Op dit moment is Delfland niet voornemens een pilot te starten naar de toepasbaarheid en het effecten van precisiedrainage. Wel zal Delfland voor verschillende uitdagingen rond bodemdaling onderzoeken wat de handelingsperspectieven zijn. Dit wordt zoveel mogelijk gedaan binnen bestaande casus en samen met andere belanghebbenden. Samen met de gemeente Midden-Delfland wordt gekeken naar een vervolg op het onderzoek van Deltares. Dit zal zich waarschijnlijk richten op de 4 polders met een dikkere veenlaag. Afhankelijk van de gebruiksfunctie worden handelingsperspectieven onderzocht. Hierbij kan inzetten op onderwaterdrainage een optie zijn. Indien hiervoor locaties aan te wijzen zijn, zal dat met grondeigenaren afgestemd worden.

5. Is Delfland het eens met het gestelde dat de coaching van en samenwerking met boeren essentieel is voor het slagen van de proeven?

Antwoord: Op dit moment is Delfland niet voornemens een pilot te starten naar de toepasbaarheid en de effecten van precisiedrainage. Het belang van Delfland is binnen bodemdaling beperkt, maar met onze knoppen raken we wel het belang

van derden. De onderzoeken in het kader van de uitwerking van de verschillende uitdagingen worden daarom zoveel mogelijk samen met andere belanghebbenden uitgevoerd. Het gaat in ieder geval om gemeenten en de provincie, maar ook om agrariërs, tuinders en natuurbeheerders.

6. Is Delfland het eens dat een voorwaarde voor proeven met drukdrains in overeenstemming moeten zijn met een goed weidevogelbeheer en zorg voor natuur in de omgeving?

Antwoord: Op dit moment is Delfland niet voornemens een pilot te starten naar de toepasbaarheid en het effecten van precisiedrainage. Samen met Midden-Delfland zal worden bepaald hoe het vervolg op het onderzoek van Deltares eruit komt

te zien. Weidevogelbeheer en de zorg voor natuur in de omgeving zullen als belangen meegenomen worden.

7. Is Delfland bereid bij de pilot de volgende aspecten te monitoren en te onderzoeken: (zoet)wateraanvoer, wateroverlast, waterkwaliteit, kwel, ecologie en peilbeheer? Zo nee, wat dan wel?

Antwoord: Op dit moment is Delfland niet voornemens een pilot te starten naar de toepasbaarheid en het effecten van precisiedrainage. In de verder uitwerking van de strategie staat het gebied centraal. De issues zullen per uitdaging van

bodemdaling verschillen. Per uitdaging zal daarom worden gekeken welke issues spelen en hoe deze onderzocht kunnen worden. Uitgangspunt voor de onderzoeken is een integrale aanpak.

Artikelen:

1. Position paper Stichtse Rijnlanden

2. www.nieuweoogst.nu/nieuws/2017...

3. http://www.veenweiden.nl/servi...

4. https://www.rijnland.net/plann...

5. Hans Nuiver, Notitie over de relatie tussen waterkwaliteit, peil en biodiversiteit (HHSK)

6. Waterschap, Laat Nederland niet zakken, januari/februari 2018.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief